Vlaamse jeugdhulp: zo stoppen we de beddencarrousel

In de warme kerstperiode, nog nazinderend van de warmste week, legden ze de vinger op de wonde in de Vlaamse jeugdhulp.

Talloze begeleiders en directies van jeugdhulpvoorzieningen weten dit al langer. Net zoals we weten, minister Vandeurzen, dat er geïnvesteerd wordt in crisismeldpunten. Hoe zouden we het niet kunnen weten: we worden er als voorziening elke dag mee geconfronteerd. En elke dag draaien we ons in talloze bochten om in de mate van het mogelijke tegemoet te komen aan de vaak schrijnende noden en situaties van kinderen en jongeren. En elke dag moeten we vaststellen dat, ondanks de inspanningen op het terrein, we het gewoon niet trekken met de beschikbare plaatsen en personeelsbezetting.

Maar inderdaad, we doen het nodige, weliswaar in de mate van het mogelijke … Want de realiteit is dat er gewoon te weinig plaatsen zijn. De realiteit is dat er onvoldoende personeelsleden zijn om de begeleiding te realiseren.

Of zouden we misschien akkoord moeten gaan dat één begeleider gedurende de dag een groep van 12 kinderen (met vaak complexe problemen en dus nood aan veel nabijheid en aandacht) alleen moet begeleiden? Of zouden we misschien akkoord moeten gaan dat het voldoende is om een bed te voorzien en voor de rest enkel “toezicht te houden” op de kinderen? Ieder ouderkoppel weet dat een gezin met twee, drie of laat staan vier kinderen al een hele opdracht is. Moeten we dan aanvaarden dat een leefgroep met 12 gekwetste kinderen die des te meer nood hebben aan nabijheid en betrokkenheid een vanzelfsprekendheid is?

Dan stop je misschien “de beddencarrousel als georganiseerde kindermishandeling” (dixit Jan Bots) maar krijg je “georganiseerde gedragsproblemen en institutioneel eenzame kinderen” (dixit Didier Moray).

Begrijp me niet verkeerd: die carrousel moet stoppen. Elk kind heeft recht op een stabiele en veilige plek! Maar het basisrecht van deze kinderen gaat verder dan de absolute noodzaak aan “een bed, een bad en een brood”. Het basisrecht van deze kinderen is het kunnen leven in een veilige, betrouwbare omgeving waar ze zich ten volle kunnen ontwikkelen. Het basisrecht van deze kinderen is dat ze kunnen terugvallen op voldoende begeleiders die echt tijd kunnen maken voor hen en niet enkel op het “huishouden” moeten letten.

Dat doe je niet met enkel bewarende en toezichthoudende structuren. Dat doe je door te begeleiden, door er te zijn en door elk probleem en conflict ernstig te nemen. Dat doe je door de begeleiders ernstig te nemen in hun opdracht want tenslotte brengen zij hun eigen menselijke kapitaal, hun eigen menselijk vermogen in om kwaliteitsvol nabij te zijn.

Hoe vaak moet deze opendeur nog worden ingetrapt? Het lijkt op schoppen in het luchtledige. De analyse is nochtans duidelijk en de prioriteiten bijgevolg glashelder.

De slogan “meer doen met dezelfde middelen” is failliet. De verantwoordelijkheid bij de burgers leggen is hypocriet. Middelen geven om hier en daar een probleem op te lossen is een doekje tegen het bloeden en onrespectvol naar de betrokken kinderen op de eerste plaats, maar evenzeer naar de jeugdhulpvoorzieningen die niet liever zouden willen dan effectief hulp bieden.

Er moeten meer plaatsen komen en meer personeel. Punt. Dan pas zal de beddencarrousel stoppen en zullen hulpverleners en directies in staat zijn om bijzonder kwetsbare kinderen en jongeren effectief een perspectief op kwaliteitsvol leven te bieden!

 

Deze blog verscheen eerder op dewereldmorgen.be
http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/01/02/vlaamse-jeugdhulp-zo-stoppen-we-de-beddencarrousel

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.