“Het enige gelijk dat er toe doet in deze discussie, is het gelijk van deze kwetsbare patiënten.”

Deze opinie verscheen zaterdag 25 augustus 2018 in de morgen.

https://www.demorgen.be/opinie/beste-minister-beste-management-van-levanta-steek-uw-kop-niet-in-het-zand-bb4b5d6f/

Beste minister, beste management van Levanta: steek uw kop niet in het zand

Didier Moray is voormalig directeur welzijnsvoorziening van de Broeders van Liefde, medewerker studiedienst sp.a en kandidaat sp.a Gent (plaats 48)

De Broeders van Liefde bevinden zich alweer in het oog van de storm, en meer bepaald de afdeling Levanta in Zelzate. Mensonterende praktijken ten aanzien van heel kwetsbare, vaak getraumatiseerde vrouwen zagen deze week het daglicht. Het raakt diep en het doet pijn. Ruim 25 jaar maakte ik deel uit van de Broeders. Niet alleen als medewerker, maar ook als ‘echte’ broeder. Intussen heb ik al lang mijn kap over de haag gegooid, maar ik blijf nauw betrokken. Het engagement van de Broeders blijft ook het mijne: mensen die door iedereen zijn opgegeven opnieuw opnemen in datzelfde leven. Toch overvalt mij nu een fundamenteel onbehagen…

(Lees verder op www.demorgen.be)

René Stockman herkozen tot overste Broeders van Liefde: ‘De vele idealistische en authentieke broeders verdienen beter’

Deze opinie verscheen eerder op dewereldmorgen.be

In Rome werd tijdens het 23ste algemeen kapittel van de Broeders van Liefde de Vlaming René Stockman voor de vierde keer op een rij verkozen als generale overste. “De visie van Stockman is helder: de Kerk (en bij uitbreiding de congregatie) is geen democratie. Dat mag dan al zo zijn, maar moet ze dan noodzakelijk een dictatuur worden?”

In Rome werd tijdens het 23ste algemeen kapittel van de Broeders van Liefde de Vlaming René Stockman voor de vierde keer op een rij verkozen als generale overste. De 64-jarige Stockman zal de komende zes jaar dus opnieuw de wereldwijde congregatie leiden. Dat zal zijn teller op het einde van deze rit op 24 jaar brengen.

rene-stockman-1Toegegeven, het zou mijn zorg niet mogen zijn, want al vele jaren ben ik geen lid meer. Voorts komt het elke organisatie zelf toe om te beslissen op welke manier ze haar bazen kiest en wie ze kiest.

Toch ben ik bezorgd en heb ik ernstige vragen bij Stockmans herverkiezing. Niet alleen in kerkelijk, maar ook in maatschappelijk opzicht. De discussie rond euthanasie (bij psychisch lijden in een niet terminale situatie) was daar een voorbeeld van. De ultraconservatieve Stockman ging toen regelrecht in tegen een zorgvuldig en weloverwogen beleidskeuze van bezielde professionals. Dat Stockman het dogmatische standpunt van de Kerk verdedigt, is zijn volste recht. Maar de manier waarop hij de besluitvorming van een organisatie met grote maatschappelijke relevantie negeerde, is dat niet. Het was een staaltje van leiderschap op basis van machtsargumenten, dreigementen en ja, zelfs pure chantage. Tot in het Vaticaan. Een schoolvoorbeeld van verbindend leiderschap, van dialoog en luisterbereidheid, en van barmhartigheid was dat allerminst.

Een kapittel zou voor een religieuze congregatie een feest moeten zijn waarbij nieuw leven en nieuwe spirit volle kansen krijgt. Christenen geloven dat de Heilige Geest dat inspireert. Maar in aanloop naar deze verkiezing werd het ook voor de Heilige Geest blijkbaar te warm. De indruk ontstaat dat de drang naar machtsbehoud – met veel lobby en immense druk – de rode draad was. Amper enkele uren na Stockmans herverkiezing werd al een gloednieuwe website over zijn leven en werk online gegooid. Zorgvuldig voorbereid, tot in de puntjes geregisseerd. Hoezo, open en eerlijke verkiezingen?

De Broeders van Liefde hebben de voorbije decennia een grote groei gekend, tot in Afrika en Azië toe. Daarbij vele nieuwe jonge gezichten en veel nieuw talent. Aan bloedarmoede ligt het dus niet, integendeel. Waarom durfde de congregatie – binnen die internationalisering – dan niet voluit te kiezen voor een nieuw leiderschap, voor een nieuwe invalshoek, voor een frisse wind? Omdat er geen ruimte is voor anderen? Omdat die anderen dan een bedreiging worden voor de eigen machtspositie? Ik schrijf die twee laatste zinnen in vraagvorm, maar eigenlijk kan dat vraagteken weg. Stockmans autoritaire leiderschapsstijl is al lang geen geheim meer. Critici weten intussen dat het not done is om hem tegen te spreken. Het verleden heeft al aangetoond dat zij dan botweg aan de kant worden gezet.

De visie van Stockman is helder: de Kerk (en bij uitbreiding de congregatie) is geen democratie. Dat mag dan al zo zijn, maar moet ze dan noodzakelijk een dictatuur worden? Paternalisme beschouwt hij als een compliment. Dat zou ook zo zijn mocht hij écht een pater familias zijn, in de echte betekenis van dat woord. Maar niet als het telkens opnieuw uitdraait op het monddood maken en verknechten van mensen die het met hem niet eens zijn. Daar is geen enkele Broeder van Liefde mee gediend, hun maatschappelijk relevante werk evenmin. Deze herverkiezing is een reusachtig gemiste kans. De vele idealistische en authentieke broeders verdienen beter. Ik wens hen de komende zes jaar dan ook vooral de moed om in te gaan tegen die cultuur van eigenbelang en machtsbehoud.

 

Evaluatie van de integrale jeugdhulp

Tijdens de vergadering van de commissie Welzijn, volksgezondheid en gezin van 13 mei 2015 gaf ik mijn persoonlijke evaluatie van de integrale jeugdhulp als directeur van een MFC (multifunctioneel centrum) voor kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking, gedragen- en emotionele stoornissen en autismespectrumstoornissen.

U vindt hier alle documentatie en het videoverslag staat hieronder.

“Ik geloof principieel in het goede van elkeen. Liever naïef dan verbitterd.”

 

Didier Moray werd geboren in Gent op 15 mei 1971, in wat toen nog het ‘Bijloke Hospitaal’ was (nu Jan Palfijn). Zijn vader was arbeider, een ‘ket’ uit de Marollen in Brussel; moeder was bediende. Didier ging naar de lagere school in Evergem en Lovendegem, maar ook drie jaar in Namen. Vanaf zijn 12de was hij leerling in het Sint-Paulus Instituut in de Patijntjesstraat, nadien trok hij naar de Sociale School aan het Sint-Annaplein, ook wel ‘de Socia’ genoemd. In 1993 studeerde hij er af als maatschappelijk assistent.

Didier ging aan de slag in het Vormingscentrum van Ghuislain, bij de Broeders van Liefde. Later trad hij ook als broeder toe in die Congregatie. Hij bleef er tot 2008.

De uitdagingen waren enorm, maar de werking was zeer goed. Als broeder kreeg hij zeer veel kansen, omdat de werking van de Broeders een zeer grote spreiding heeft qua doelpubliek. ‘Bloemstad vzw’ is één van de erkende verenigingen binnen die werking. Men leidt er jonge vrijwilligers op (vandaag een 200-tal per jaar) om te werken met jongeren met een handicap. Hij zou daardoor twee andere geïnteresseerde jongeren ontmoeten: Daan Vander Steene (de huidige kabinetschef van burgemeester Daniel Termont) en een zekere John Crombez…

Didier is een ‘sociaal-voelende’ duizendpoot. Hij werkte met jonge drugsverslaafden (1996) in De Sleutel, was actief in het Vrijwilligerswerk Centrum Algemeen Welzijn Artevelde, werkte mee als begeleider van gedetineerden en hun kinderen in de gevangenis, en was opvoeder in scholen voor kinderen met een verstandelijke handicap of met gedrags- of emotionele problemen.

Het is meteen duidelijk: Didier Moray is een man die zich inzet voor de zwaksten in onze maatschappij – als begeleider, hulpverlener en uiteindelijk als beleidsverantwoordelijke. Momenteel is hij directeur bij Bloemenstad, als leek. Maar altijd heeft hij slechts één doel voor ogen: kwetsbare mensen van dichtbij steunen.

Is dat naïef? ‘Je moet blijven geloven dat die nabijheid en genegenheid aan medemensen wel degelijk een verschil maken in het leven! Blijven geloven dat door de kwetsbaarheid en de openheid naar elkaar, er heel sterke dingen kunnen gebeuren.’ Naïef, het is een predicaat dat hem soms wordt toebedeeld. Hij antwoordt gevat: ‘Ik geloof principieel in het goede van elkeen. Liever naïef dan verbitterd.’

De zorg voor de zwakkeren in de samenleving is altijd zijn drijfveer geweest. Didier gaat volledig voor zijn doel, zonder compromissen. Hij is een principieel man. Dat is ook de reden waarom hij afscheid nam van de Congregatie der Broeders van liefde. Maar hij is ook dankbaar: de scheiding heeft niet geleid tot bitterheid, afkeer of boosheid. Integendeel: hij werkt er nog steeds.

‘Maatschappelijk engagement is voor mij belangrijk. Dat ligt in het verlengde van wat mijn leven tot nu toe is geweest. De laatste jaren gaat mijn engagement ook naar sp.a. De waarden van de partij sluiten aan bij mijn overtuigingen. Als christen kan ik niet anders dan ook socialistisch zijn in deze samenleving. Fundamenteel de zingeving van elke mens erkennen en waarderen ongeacht de religie en samenleven in dialoog. Steeds opnieuw opkomen voor rechtvaardigheid op een geduldige maar vastberaden manier!’

De interviewer – een ouder wordende socialist – bleek enigszins overdonderd door die uitspraken. Sp.a heeft niet het monopolie op sociale rechtvaardigheid. Didier bewijst dat. Hij is sedert enkele jaren lid van de Gentse sp.a. Dat is een verrijking.

Conclusie: Didier is niet alleen een minzaam-naïef man; hij heeft ook een stalen overtuiging gecombineerd met een kritisch-opbouwende visie op onze samenleving. Voorwaar een man die veel respect verdient.

(tekst: Marc Lootens)

De nieuwe strijd is de strijd om tijd

Op 30 april verscheen deze bijdrage op dewereldmorgen.be
“De nieuwe strijd vandaag – aan de vooravond van de eerste mei – is de strijd om óp tijd kwaliteitsvolle tijd te verzekeren voor zij die écht geen tijd te verliezen hebben.”
the-eleventh-hour-disaster-alarm-clock-clock-dial-pointer-hours-time-indicating-793223.jpgd.jpeg

Elk hoogfeest begint aan de vooravond. Een oeroude katholieke traditie en nog niet eens zo’n slechte. Het toont het belang aan van het feest en het brengt mensen samen om – goed op tijd – het feest voor te bereiden en in crescendo te vieren. Van de vooravond tot op de dag zelf, in alle glorie!

 

En de vooravond is een uitstekend moment om even te reflecteren, voor mijn part even te mijmeren.

De eerste mei staat symbool voor de strijd die generaties lang hebben gevoerd voor een welvarend leven. Een welvarend leven met een stabiele job en gegarandeerd inkomen. Een welvarend leven waar je naast werken ook nog mag genieten van rust en vakantie. Een welvarend leven met een zekerheid dat als het even wat minder gaat door ziekte, handicap of brute pech er een vangnet is.

De eerste mei staat symbool voor het recht van elkeen om tijd te krijgen: tijd om te werken en tijd om te rusten, tijd om te zorgen en tijd om verzorgd te worden, tijd om vooruit te gaan en tijd om af en toe een stap terug te kunnen zetten.

Tijd is kostbaar. Iedereen zal dit beamen.

Maar als we met zijn allen tijd dan toch zo belangrijk vinden, waarom wordt het dan continu en structureel ontnomen? Sommige mensen hebben in onze samenleving al helemaal niet de luxe om tijd te verliezen.

Mensen met een handicap die ondersteuning nodig hebben verliezen kostbare tijd door jarenlang te moeten wachten op de noodzakelijke ondersteuning die ze nodig hebben om hun leven volwaardig te kunnen uitbouwen.

Kinderen en jongeren die in ernstige moeilijkheden terecht komen, hebben echt geen tijd te verliezen. Ze hebben nood aan onmiddellijke hulp zodat ze ten volle hún tijd kunnen benutten en hún toekomst opnieuw hoopvol kunnen zien. Sommige jongeren moeten zelfs wachten op hulp als ze met één been reeds over de afgrond staan.

Senioren hebben na een leven lang werken al helemaal geen tijd meer te verliezen. Hun tijd wordt bezwaard door te moeten leven met een karig tot zeer karig pensioen én moeten – als het even tegenzit met de gezondheid – wachten op de noodzakelijke zorg.

Opvoeders, begeleiders, verpleegkundigen en zorgkundigen bezwijken onder het gebrek aan tijd. Tijd om echt nabij te zijn, tijd om kwaliteitsvol te kunnen zorgen en mensen perspectief te kunnen geven. Zij verliezen nu tijd omdat ze met veel te weinig, veel te veel moeten doen. Zij gaan door tot aan de burn-out en wachten op hun beurt op beterschap.

En zo verdoen we onze tijd met wachten. Zo organiseren we collectief tijdverlies.

De nieuwe strijd vandaag – aan de vooravond van de eerste mei – is de strijd om óp tijd kwaliteitsvolle tijd te verzekeren voor zij die écht geen tijd te verliezen hebben.

De nieuwe strijd op het hoogfeest van de eerste mei is de strijd om tijd als kostbaar goed te verzekeren in zorgzekerheid zodat het leven kan geleefd worden en niet zomaar wachtend voorbijgaat.

Didier Moray

Meer dan 25 jaar werkzaam geweest in de welzijnssector; sinds 1 januari 2018 adviseur studiedienst sp.a voor Welzijnsbeleid en zorgzekerheid ; kandidaat voor gemeenteraadsverkiezingen Gent.

Hoop

Deze blog verscheen op 25 december 2017 op Facebook n.a.v. het fantastische resultaat van de warmste week van studio Brussel.

Banner-Warmste-week-1Eén warmste week x 52 = warmste jaar!

De warmste week is voorbij. Zoveel mensen die zich hebben ingezet voor een goed doel. Samen willen we investeren in mensen en ons geld delen met hen die het nodig hebben. We vinden elkaar in de zoektocht naar therapeutisch materiaal voor kinderen met een fysieke handicap. We verzamelen geld voor de noodzakelijke huiswerkbegeleiding voor kinderen met een leerachterstand. We willen mensen die door kanker in de armoede terechtkomen ondersteunen. We voorzien in psychologische begeleiding van mensen met MS en hun partners. We dragen bij tot de voedselbedeling in onze wijk, het verzorgen van de dieren in het dierenasiel, de opvang en begeleiding van mensen die uit oorlogsgebied zijn gevlucht, het behoud en onderhoud van de ons dierbare natuur, de unieke vakantie die we een persoon met een handicap wensen te geven en de extra ondersteuning voor de afdeling palliatieve zorgen. We zetten ons in met het bakken en verkopen van koekjes, met het lopen van vele kilometers, door deur aan deur te gaan voor extra kledij voor mensen die het in de winter koud hebben, door het opzetten van allerlei acties waar we elkaar warm ontmoeten en opvorderend stimuleren om daadwerkelijk zorg te dragen voor een ander.

We gaan door en door. We zijn warm en we kunnen het omdat we het begrepen hebben. We hebben begrepen dat die daadwerkelijke zorg voor onze medemens, onze omgeving en onze natuur ultiem de zin van ons bestaan is.

En laat ons dit begrip van noodzakelijke en daadwerkelijke zorg gaan omzetten in maatschappelijk gestructureerde en gegarandeerde zorg!

Dit warme begrip geeft hoop! We geven elkaar hoop en we geven het graag. Elkeen verdient hoop. Iedereen van ons geeft hoop. Laat ons nog veel meer dan vandaag hoop geven. Belangeloos en zonder return als individuele burger, daadwerkelijk en gegarandeerd als samenleving en als overheid. Elke dag opnieuw, 365 dagen en 52 weken, keer op keer. Enkel en alleen maar omdat ieder van ons recht heeft op ondersteuning wanneer het in het leven even (of zelfs grondig) moeilijk loopt. Enkel en alleen omdat hoop een basisrecht is voor ons allemaal.

Ik hoop dat hoop het warmste woord van 2018 wordt!

Vlaamse jeugdhulp: zo stoppen we de beddencarrousel

In de warme kerstperiode, nog nazinderend van de warmste week, legden ze de vinger op de wonde in de Vlaamse jeugdhulp.

Talloze begeleiders en directies van jeugdhulpvoorzieningen weten dit al langer. Net zoals we weten, minister Vandeurzen, dat er geïnvesteerd wordt in crisismeldpunten. Hoe zouden we het niet kunnen weten: we worden er als voorziening elke dag mee geconfronteerd. En elke dag draaien we ons in talloze bochten om in de mate van het mogelijke tegemoet te komen aan de vaak schrijnende noden en situaties van kinderen en jongeren. En elke dag moeten we vaststellen dat, ondanks de inspanningen op het terrein, we het gewoon niet trekken met de beschikbare plaatsen en personeelsbezetting.

Maar inderdaad, we doen het nodige, weliswaar in de mate van het mogelijke … Want de realiteit is dat er gewoon te weinig plaatsen zijn. De realiteit is dat er onvoldoende personeelsleden zijn om de begeleiding te realiseren.

Of zouden we misschien akkoord moeten gaan dat één begeleider gedurende de dag een groep van 12 kinderen (met vaak complexe problemen en dus nood aan veel nabijheid en aandacht) alleen moet begeleiden? Of zouden we misschien akkoord moeten gaan dat het voldoende is om een bed te voorzien en voor de rest enkel “toezicht te houden” op de kinderen? Ieder ouderkoppel weet dat een gezin met twee, drie of laat staan vier kinderen al een hele opdracht is. Moeten we dan aanvaarden dat een leefgroep met 12 gekwetste kinderen die des te meer nood hebben aan nabijheid en betrokkenheid een vanzelfsprekendheid is?

Dan stop je misschien “de beddencarrousel als georganiseerde kindermishandeling” (dixit Jan Bots) maar krijg je “georganiseerde gedragsproblemen en institutioneel eenzame kinderen” (dixit Didier Moray).

Begrijp me niet verkeerd: die carrousel moet stoppen. Elk kind heeft recht op een stabiele en veilige plek! Maar het basisrecht van deze kinderen gaat verder dan de absolute noodzaak aan “een bed, een bad en een brood”. Het basisrecht van deze kinderen is het kunnen leven in een veilige, betrouwbare omgeving waar ze zich ten volle kunnen ontwikkelen. Het basisrecht van deze kinderen is dat ze kunnen terugvallen op voldoende begeleiders die echt tijd kunnen maken voor hen en niet enkel op het “huishouden” moeten letten.

Dat doe je niet met enkel bewarende en toezichthoudende structuren. Dat doe je door te begeleiden, door er te zijn en door elk probleem en conflict ernstig te nemen. Dat doe je door de begeleiders ernstig te nemen in hun opdracht want tenslotte brengen zij hun eigen menselijke kapitaal, hun eigen menselijk vermogen in om kwaliteitsvol nabij te zijn.

Hoe vaak moet deze opendeur nog worden ingetrapt? Het lijkt op schoppen in het luchtledige. De analyse is nochtans duidelijk en de prioriteiten bijgevolg glashelder.

De slogan “meer doen met dezelfde middelen” is failliet. De verantwoordelijkheid bij de burgers leggen is hypocriet. Middelen geven om hier en daar een probleem op te lossen is een doekje tegen het bloeden en onrespectvol naar de betrokken kinderen op de eerste plaats, maar evenzeer naar de jeugdhulpvoorzieningen die niet liever zouden willen dan effectief hulp bieden.

Er moeten meer plaatsen komen en meer personeel. Punt. Dan pas zal de beddencarrousel stoppen en zullen hulpverleners en directies in staat zijn om bijzonder kwetsbare kinderen en jongeren effectief een perspectief op kwaliteitsvol leven te bieden!

 

Deze blog verscheen eerder op dewereldmorgen.be
http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/01/02/vlaamse-jeugdhulp-zo-stoppen-we-de-beddencarrousel

 

%d bloggers liken dit: